Kwalificatieniveaus

De 8 VKS-niveaus

De Vlaamse kwalificatiestructuur (VKS) verzamelt alle erkende kwalificaties op 8 niveaus. Elk niveau is vastgelegd op basis van 5 elementen: kennis, vaardigheden, context, autonomie en verantwoordelijkheid.

Er zijn beroepskwalificaties en onderwijskwalificaties op alle 8 kwalificatieniveaus.

Kijk per VKS-niveau waar je een onderwijskwalificatie kan behalen. Klik op het gewenste onderwijsniveau voor de samenstelling van de onderwijskwalificatie.

VKS niveau Onderwijskwalificaties
8
Universiteit - Doctor
7
Universiteit / hogeschool - Master
6
Universiteit / hogeschool - Bachelor
5
 

Samenstelling onderwijskwalificatie

één of meerdere erkende beroepskwalificaties van niveau vijf

4
 

Samenstelling onderwijskwalificatie

Algemeen secundair onderwijs

  • de eindtermen voor de derde graad aso en de specifieke eindtermen voor de derde graad aso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad aso, de specifieke eindtermen voor de derde graad aso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Beroepssecundair onderwijs

  • de eindtermen voor het derde leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Kunstsecundair onderwijs

  • de eindtermen voor de derde graad kso en de specifieke eindtermen voor de derde graad kso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad kso en de specifieke eindtermen voor de derde graad kso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad kso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Technisch secundair onderwijs

  • de eindtermen voor de derde graad tso en de specifieke eindtermen voor de derde graad tso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad tso en de specifieke eindtermen voor de derde graad tso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad tso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Samenstelling onderwijskwalificatie (Opleidingsvorm 4)

Algemeen secundair onderwijs

  • de eindtermen voor de derde graad aso en de specifieke eindtermen voor de derde graad aso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad aso, de specifieke eindtermen voor de derde graad aso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Beroepssecundair onderwijs

  • de eindtermen voor het derde leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Kunstsecundair onderwijs

  • de eindtermen voor de derde graad kso en de specifieke eindtermen voor de derde graad kso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad kso en de specifieke eindtermen voor de derde graad kso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad kso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Technisch secundair onderwijs

  • de eindtermen voor de derde graad tso en de specifieke eindtermen voor de derde graad tso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad tso en de specifieke eindtermen voor de derde graad tso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
  •  
  • de eindtermen voor de derde graad tso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)
 

Samenstelling onderwijskwalificatie

de eindtermen voor het derde leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)

Samenstelling onderwijskwalificatie

de eindtermen voor aanvullende algemene vorming voor het volwassenenonderwijs en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau drie of vier)

Samenstelling onderwijskwalificatie

één of meer erkende beroepskwalificaties niveau vier

3
 

Samenstelling onderwijskwalificatie

de eindtermen voor het tweede leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau twee, drie of vier)

Samenstelling onderwijskwalificatie (Opleidingsvorm 3 en 4)

Opleidingsvorm 3: de eindtermen voor het tweede leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau twee, drie)

Opleidingsvorm 4: de eindtermen voor het tweede leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau twee, drie of vier)

Samenstelling onderwijskwalificatie

de eindtermen voor het tweede leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau twee, drie of vier)

2

Samenstelling onderwijskwalificatie

de eindtermen voor de basiseducatie

Samenstelling onderwijskwalificatie

de eindtermen voor de tweede graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau twee of drie)

Samenstelling onderwijskwalificatie (opleidingsvorm 3 en 4)

de eindtermen voor de tweede graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau twee of drie)

Samenstelling onderwijskwalificatie

de eindtermen voor de tweede graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties (niveau twee of drie)

1
de eindtermen voor het lager onderwijs
 
 

Beschrijving van de VKS niveaus

  • Kennis en vaardigheden
     
  • herkennen van beknopte, eenduidige informatie, materialen, eenvoudige, concrete basisbegrippen en -regels uit een deel van een specifiek domein
  • één of meer van de volgende vaardigheden aanwenden:
  • cognitieve: informatie uit het geheugen oproepen, herinneren en toepassen
  • motorische: automatismen gebruiken en praktische handelingen nabootsen
  • repetitieve en herkenbare handelingen uitvoeren in routinetaken
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in een stabiele, vertrouwde, enkelvoudige en goed gestructureerde context, waarin de tijdsdruk van gering belang is
  • handelen met niet-delicate objecten
  • functioneren onder rechtstreekse leiding
  • blijk geven van persoonlijke doeltreffendheid
  • Kennis en vaardigheden
     
  • informatie, concrete begrippen en standaardprocedures uit een specifiek domein begrijpen
  • één of meer van de volgende vaardigheden aanwenden:
  • cognitieve: informatie analyseren door elementen te onderscheiden en verbanden te leggen
  • motorische: zintuiglijke ervaringen in motorische handelingen omzetten
  • aangeleerde praktische en technische handelingen uitvoeren
  • een geselecteerd aantal standaardprocedures bij het uitvoeren van taken toepassen
  • voorgeschreven strategieën aanwenden om een beperkt aantal herkenbare concrete problemen op te lossen
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in een beperkt aantal vergelijkbare, enkelvoudige en vertrouwde contexten
  • handelen met delicate, passieve objecten
  • onder begeleiding functioneren met beperkte autonomie
  • beperkte uitvoerende verantwoordelijkheid opnemen voor eigen werk
  • Kennis en vaardigheden
     
  • een aantal abstracte begrippen, wetten, formules en methodes uit een specifiek domein begrijpen
  • hoofd- en bijzaken in informatie onderscheiden
  • één of meer van de volgende vaardigheden aanwenden:
  • cognitieve: informatie analyseren via deductie en inductie, en informatie synthetiseren
  • motorische: constructies maken op basis van een plan
  • handelingen verrichten die tactisch en strategisch inzicht vereisen
  • artistiek-creatieve vaardigheden toepassen
  • standaardprocedures en methodes kiezen, combineren en gebruiken bij het uitvoeren van taken en bij het oplossen van verschillende welomschreven concrete problemen
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in vergelijkbare contexten waarin een aantal factoren veranderen
  • handelen met delicate, actieve objecten
  • binnen een afgebakend takenpakket functioneren met enige autonomie
  • beperkte organisatorische verantwoordelijkheid opnemen voor eigen werk
  • Kennis en vaardigheden
     
  • concrete en abstracte gegevens (informatie en begrippen) uit een specifiek domein interpreteren
  • reflectieve cognitieve en productieve motorische vaardigheden toepassen
  • gegevens evalueren en integreren
  • strategieën ontwikkelen voor het uitvoeren van diverse taken en om diverse, concrete, niet-vertrouwde (maar weliswaar domeinspecifieke) problemen op te lossen
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in een combinatie van wisselende contexten
  • autonoom functioneren met enig initiatief
  • volledige verantwoordelijkheid voor eigen werk opnemen
  • het eigen functioneren evalueren en bijsturen met het oog op het bereiken van collectieve resultaten
  • Kennis en vaardigheden
     
  • informatie uit een specifiek domein met concrete en abstracte gegevens uitbreiden of met ontbrekende gegevens aanvullen
  • begrippenkaders hanteren
  • zich bewust zijn van de reikwijdte van de domeinspecifieke kennis
  • geïntegreerde cognitieve en motorische vaardigheden toepassen
  • kennis transfereren en procedures flexibel en inventief aanwenden om taken uit te voeren en om concrete en abstracte problemen strategisch op te lossen
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in een reeks nieuwe, complexe contexten
  • autonoom functioneren met initiatief
  • verantwoordelijkheid opnemen om persoonlijke resultaten te bereiken en collectieve resultaten te stimuleren
  • Kennis en vaardigheden
     
  • kennis en inzichten uit een specifiek domein kritisch evalueren en combineren
  • complexe gespecialiseerde vaardigheden toepassen, gelieerd aan onderzoeksuitkomsten
  • relevante gegevens verzamelen en interpreteren, en geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om niet-vertrouwde complexe problemen op te lossen
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in complexe en gespecialiseerde contexten
  • functioneren met volledige autonomie en een ruime mate van initiatief
  • medeverantwoordelijkheid opnemen voor het bepalen van collectieve resultaten
  • Kennis en vaardigheden
     
  • kennis en inzichten uit een specifiek domein of op het raakvlak tussen verschillende domeinen integreren en herformuleren
  • complexe nieuwe vaardigheden toepassen, gelieerd aan zelfstandig, gestandaardiseerd onderzoek
  • complexe, geavanceerde en/of innovatieve probleemoplossende technieken en methodes kritisch beoordelen en toepassen
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in onvoorspelbare, complexe en gespecialiseerde contexten
  • volledig autonoom functioneren met beslissingsrecht
  • eindverantwoordelijkheid opnemen voor het bepalen van collectieve resultaten
  • Kennis en vaardigheden
     
  • bestaande kennis uit een substantieel deel van een specifiek domein of op het raakvlaktussen verschillende domeinen uitbreiden en/ of herdefiniëren
  • nieuwe kennis via origineel onderzoek of geavanceerde wetenschappelijke studie interpreteren en creëren
  • projecten ontwerpen en uitvoeren die de bestaande procedurele kennis uitbreiden en herdefiniëren, gericht op de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden, technieken, toepassingen, praktijken en/of materialen
  • Context, autonomie en verantwoordelijkheid
  • handelen in bijzonder complexe contexten met brede, innoverende implicaties
  • met een hoge mate van kritische zin en sturend vermogen de verantwoordelijkheid opnemen voor de ontwikkeling van de professionele praktijk of van wetenschappelijk onderzoek
Untitled 1