Nieuws

Op 24 en 25 september vond in Thessaloniki een forum van Cedefop plaats over het schrijven van leeruitkomsten voor beroepsgerichte opleidingen (VET). Beleidsmedewerkers uit 24 verschillende landen namen deel aan het tweedaags forum. Het doel? Een handboek over het schrijven van leerresultaten ontwikkelen.

Kwalificaties uit de domeinen koeling en warmte, productie-industrie en toerisme kwamen uitgebreid aan bod. Op basis van nationale cases gingen de deelnemers in dialoog over het gebruik van leerresultaten in beroepsopleidingen: hoe worden leeruitkomsten gedefinieerd, beschreven en herzien en wie is erbij betrokken? Belangrijke vragen, uitdagingen en kansen werden verzameld en besproken. James Calleja, directeur van Cedefop, beklemtoonde het belang van deze bijeenkomst in zijn openingstoespraak: “het is de bedoeling dat we met dit initiatief de lidstaten en de sociale partners ondersteunen en good pratices aanreiken in het neerschrijven van leeruitkomsten”.

Op basis van de verkregen input organiseert Cedefop in 2016 een nieuwe bijeenkomst. Beleidsmedewerkers krijgen zo de kans om concrete voorbeelden en kernpunten systematisch verder te bespreken. De verschillende bijeenkomsten moeten uiteindelijk bijdragen aan de ontwikkeling van een Europees handboek over het schrijven van leerresultaten.

Gaat u op reis of verstuurt u een pakketje met het vliegtuig ? Dan zorgen de behandelaars van bagage of luchtvracht ervoor dat uw reiskoffer of pakketje heelhuids en tijdig op de juiste bestemming belandt. Zij begeleiden u ook naar en van het vliegtuig zodat uw reis vlot verloopt.

Luchtvrachtbehandeling is vanaf dit schooljaar een compleet nieuwe opleiding in het stelsel van Leren en Werken. Het CWL Castor in Vilvoorde bijt de spits af met een DBSO-opleiding Behandelaar Bagage & Luchtvracht. In samenwerking met bedrijven die actief zijn op de luchthaven van Brussels Airport en Brucargo, de goederenluchthaven.

Wij spraken met Katrien Timmermans van het sectorfonds SFAL, Peter Druyts van de pedagogische begeleidingsdienst van GO! en Goedele Swillens en Kaat Kestens van CWL Castor in Vilvoorde over hun gestroomlijnde samenwerking. We peilden ook naar de verwachtingen voor de nieuwe opleiding.

 

Hoe is de nieuwe opleiding ontstaan?

Eerst ontwikkelde de sector samen met de procesbegeleiders van AHOVOKS de beroepskwalificatie Behandelaar Bagage/Luchtvracht (Ramphandler). Vervolgens tekenden experten van het SFAL en de bedrijven samen met de pedagogische begeleidingsdienst van het GO! en het CLW Castor de inhoud en de opbouw van de opleiding uit.

 

Is de nieuwe opleiding een opportuniteit voor iedereen: sector, scholen en leerlingen?

Voor de sector Grondafhandeling op Luchthavens gaat er een wens in vervulling die de sector al zeer lang koesterde. De bedrijven uit deze sector kunnen extra handen goed gebruiken. Jongeren kunnen aanwerven die gemotiveerd zijn en een kwaliteitsvolle basisopleiding voor het beroep genoten hebben, is voor een bedrijf natuurlijk een wervend perspectief. Jongeren die hun opleiding met succes volbrengen, kunnen zo goed als zeker onmiddellijk in het beroep stappen. Win-win voor jongere en bedrijf.

Voor het onderwijslandschap en het CLW betekent dit in meer dan één zin een verrijking van het opleidingsaanbod. Niet alleen breiden het opleidingsaanbod en keuzemenu uit met een nieuwe opleiding, maar het gaat ook om een opleiding die de jongere reële kansen op tewerkstelling biedt.

 

Waarom is een nauwe samenwerking tussen sector en onderwijs zo belangrijk?

Bepaalde competenties, zoals de handelingen en werkzaamheden die aan en rond het vliegtuig moeten uitgevoerd worden, kunnen onmogelijk in een schoolse context aangeleerd worden. Om de eenvoudige reden dat je er een vliegtuig voor nodig hebt. Een groot deel van de opleiding wordt dus gegeven bij de bedrijven, op de werkplek. Voor het bijbrengen van bepaalde opleidingsmodules nemen door de wol geverfde werknemers de taak en de rol van peter-instructeur op.

Om de kwaliteit van de opleiding binnen het CLW te garanderen, worden de lessen gegeven door twee leerkrachten die recht uit het werkveld komen. Zij spreken vanuit hun eigen ervaring en kennen de sector door en door.

Een optimale mix dus, noem het zelfs gerust duaal leren.

 

Voor welke uitdagingen staan jullie op de werkvloer en op school?

Een noodzakelijke voorwaarde voor het welslagen van het opleidingsverloop is dat de communicatie, interactie, opvolging, afstemming en coördinatie tussen beide opleidingspartners goed worden afgesproken en in praktijk gebracht. Een andere kritische succesfactor is dat de leerlingen op de werkplek kunnen bogen op een op- en begeleiding die getuigt van didactisch-pedagogische kwaliteit.

Makkelijker gezegd dan gedaan. Leergeld zal ongetwijfeld betaald moeten worden, dat is onvermijdelijk en daar moet dus niet flauw over gedaan worden.

Gezien evenwel het enthousiasme waarmee alle betrokken partijen gezamenlijk hun schouders zetten onder deze nieuwe opleiding, zou deze best wel eens kunnen uitgroeien tot een voorbeeld dat tot navolging strekt. Er zijn immers nog luchthavens in België. The sky is the limit.

De conceptnota EVC is een beleidsdomeinoverstijgende nota over het erkennen van competenties in Vlaanderen. De conceptnota heeft als doelstelling een gemeenschappelijk kader voor EVC vast te leggen waarbinnen de verschillende beleiddomeinen EVC concreet vorm kunnen geven.

Bekijk de conceptnota 'Geïntegreerd beleid voor erkenning van competenties (EVC)'

Op 26 en 29 mei bracht een Marokkaanse delegatie een studiebezoek aan AKOV in het kader van de Vlaamse kwalificatiestructuur. De delegatie was samengesteld uit vertegenwoordigers van diverse domeinen zoals een adviseur van de eerste minister, leidende ambtenaren voor hoger, secundair en beroepsonderwijs, een vertegenwoordiger van kleine en middelgrote bedrijven en een afgevaardigde van European Training Foundation (ETF).
Marokko werkt momenteel een nationale kwalificatiestructuur uit in relatie tot het Europese kwalificatieraamwerk (European Qualifications Framework). Net zoals in Vlaanderen, gaat dit ook in Marokko gepaard met de oprichting van een agentschap. Ze wilden dan ook graag onze werkwijze en ervaringen horen.

Een vertegenwoordiger van Vlaams minister van Onderwijs heette het gezelschap welkom. Nadien werd duiding gegeven bij het concept en kader van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Ook de methode en procedure voor beroeps- en onderwijskwalificaties kwamen integraal aan bod. De institutionele setting van het agentschap en de communicatiestrategie werden toegelicht, evenals de ontwikkelingen inzake modularisering, EVC en geïntegreerd kader voor externe kwaliteitszorg. Er was een ook sessie over het ontwikkelproces en de opbouw van de kwalificatiedatabank. Tot slot lichtten de afgevaardigden van ACV en UNIZO de rol van de sociale partners in de VKS toe.

Tijdens het studiebezoek woonde de delegatie ook een zitting bij van de EQF-Advisory Group. Hun studiereis bracht hen ook naar Frankrijk om de Franse kwalificatiestructuur te bestuderen. De Marokkaanse experts toonden bijzonder veel belangstelling voor onze realisaties. De bijkomende vragen van de delegatie gaven aanleiding tot interessante discussies en uitwisselingen van ervaringen. We kwamen snel tot de conclusie dat we met gelijkaardige uitdagingen worden geconfronteerd. Dat zorgde ervoor dat de uitwisseling zich niet beperkte tot eenrichtingsverkeer. Ook voor ons betekende het bezoek een meerwaarde en zorgde het voor zelfreflectie.
Dit bevoorrechtte partnerschap doet ons uitkijken naar een verdere samenwerking. De Marokkanen nodigden ons uit voor een bezoek bij de officiële opstart van hun agentschap. Wie zou hier neen op kunnen zeggen…

Met 28 beroepskwalificaties is de bouwsector één van de koplopers in het ontwikkelen van beroepskwalificatiedossiers. Hoog tijd dus voor een interview met Geert Ramaekers en Willem Van Peer van fvb-ffc Constructiv. Zij vertellen over hun pionierswerk, geven tips voor andere sectoren en delen hun verwachtingen voor de toekomst.

Constructiv is een samenwerkingsverband van vijf dienstverlenende organisaties voor de bouwsector. Hun dienstverlening bestaat onder meer uit preventie, vakopleiding en aanvullende sociale voordelen. Geert Ramaekers, directeur Vlaanderen en Willem Van Peer, adviseur technische cel van fvb-ffc Constructiv -de organisatie die instaat voor de vakopleiding - waren nauw betrokken bij het hele proces van de totstandkoming van de beroepskwalificatiedossiers voor de bouwsector.

Jullie zijn één van de koplopers in het ontwikkelen van beroepskwalificaties en hebben pionierswerk geleverd. Wat heeft jullie over de streep getrokken om mee te werken aan de Vlaamse Kwalificatiestructuur?

GR: De filosofie van het competentie-denken was bij ons al langer ingeburgerd in de organisatie. Eigenlijk leggen wij al heel lang het accent op competentieprofielen om te kunnen inspelen op de behoeften die we in de sector vaststellen. De SERV startte in 1997 met het ontwikkelen van competentieprofielen. Het eerste profiel dat door hen werd opgesteld was dat van daktimmerman. Een jaar of 4 geleden zijn we intern gestart met een revisieproces om alle oude beroepsprofielen om te zetten naar beroepscompetentieprofielen. In de loop van dat proces hebben we onze voelsprieten uitgestoken om te weten wat er leefde op het gebied van competentiebeheer. Op dat moment is ook het verhaal van de Vlaamse kwalificatiestructuur (VKS) gestart en was het snel duidelijk dat we op die kar moesten springen. De VKS ligt volledig in de lijn met wat wij aan het doen waren en was eigenlijk een logische volgende stap.

Hoe hebben jullie het proces van het ontwikkelen van beroepskwalificaties ervaren?

WVP: We zijn begonnen met het doornemen van de documentatie over hoe beroepskwalificaties opgesteld moeten worden. Onze procesbegeleider Christophe heeft heel duidelijk uitgelegd wat we precies moesten doen. Onze regelmatige overlegmomenten zijn dan ook uitgemond in een vruchtbare samenwerking, waarbij het proces dossier na dossier vlotter verliep. Oefening baarde kunst.

Het feit dat we onze beroepscompetentieprofielen hadden, gaf ons wat voorsprong. We hadden een goede basis om op terug te vallen. Die beroepscompetentieprofielen waren ook opgesteld samen met de sector. We hebben er altijd heel nauw over gewaakt dat wat wij neerschreven, beantwoordde aan de vragen van de sector.

Bij het opmaken van een beroepskwalificatiedossier werden we telkens geconfronteerd met een aantal vragen:
 -  Hoe bakenen we een beroepskwalificatiedossier af?
 -  Hoe ver gaan we in het beschrijven van de competenties?
 -  Hoe zorgen we ervoor dat we consequent dezelfde woorden en begrippen gebruiken?
 -  Hoe houden we in de beroepskwalificaties rekening met toekomstige ontwikkelingen?

Dat zijn de belangrijkste afwegingen die wij per dossier moesten maken. We proberen VKS altijd voor te stellen als een dynamisch gegeven. Een dynamiek die ook in de arbeidsmarkt zit. Tegelijkertijd moeten we het evenwicht vinden in een stabiele beroepsstructuur. Een beroepenstructuur die duurzaam is en tegelijk specifiek genoeg. Met te algemene bewoordingen zou het onderwijs niet aan de slag kunnen. Een moeilijke evenwichtsoefening dus.

Hebben jullie tips voor andere sectoren die een beroepskwalificatiedossier willen indienen?

WVP: De tip die we zouden willen geven: verricht op voorhand al zo veel mogelijk werk. Weet goed hoe je beroepsstructuur er uit ziet en waar je de lijnen trekt tussen verschillende beroepen. Denk al na over de samenhang tussen beroepen en ga zoveel mogelijk op zoek naar documenten die de beroepen enigszins beschrijven. Wij hebben het geluk gehad dat we met onze beroepscompetentieprofielen aan de slag konden. Toets ook zoveel mogelijk af met andere sectoren. Sommige beroepen vallen onder één sector, maar er zijn genoeg transversale beroepen waar andere sectoren ook hun zeg over hebben. Vaak worden dossiers ook door meerdere partijen ingediend. Ga dat dus goed na voor je begint.

GR: Voor ons is het altijd belangrijk geweest dat we Willem hier voldoende voor hebben kunnen vrijmaken. We zitten met een diversiteit aan bouwberoepen, in de praktijk meer dan 40. Om het evenwicht te bewaren is het belangrijk dat je dat aan één en dezelfde persoon kunt toevertrouwen die heel het proces meemaakt. Anders krijg je te veel verschillen tussen de beroepskwalificaties. Het is zeker de verdienste van Willem om dat samen met AKOV zo goed opgevolgd te hebben.

Hoe is die samenwerking met AKOV verlopen?

WVP: De samenwerking is van in het begin zeer vlot verlopen. We hebben een heel strak tempo kunnen aanhouden, wat ook geholpen heeft om de routine erin te krijgen. Er is altijd heel veel feedback en terugkoppeling geweest. Zowel wijzelf als Luc Defrijn, de voorganger van Geert als directeur Vlaanderen van fvb-ffc Constructiv, hadden in het hele proces een heel nauw contact met AKOV. Het is heel belangrijk om een soort systematiek te vinden. Ons voordeel is dat we de draagkracht hebben om er intensief mee bezig te zijn en dat heeft het proces geholpen. Het zorgde ervoor dat alles sneller en efficiënter ging. De procesbegeleider dacht ook mee in onze terminologie en heeft ongetwijfeld veel bijgeleerd. Hij kan nog altijd niet metsen, maar hij kan er wel veel over vertellen.

Hoe leggen jullie de VKS uit aan de sector?

WVP: Ik probeer dat voornamelijk te doen vanuit het feit dat wij de behoeftes van de bouwsector in kaart brengen zodat we zowel onderwijs als heel de arbeidsmarktwerking, voornamelijk via VDAB, kunnen beïnvloeden met het sturen zodat zij kunnen opleiden naar datgene dat de sector vraagt. Wij proberen aan de hand van de beroepskwalificatiedossiers tussenpersoon te zijn. Als de bouwsector zeker is dat een beroepscompetentieprofiel goed gemaakt is en weerspiegelt wat effectief in de sector leeft, kunnen wij ook onze stempel drukken op de beroepskwalificatiedossiers en op de opleidingen, zowel in onderwijs als in de andere nascholingsinitiatieven. De kwaliteit van het beroepscompetentieprofiel, de basis eigenlijk, bepaalt het vervolg.

GR: Er zit nog een tweede element in dat misschien nu pas de kop op steekt. Dat is heel de Europese context. Waar ik dat vier, vijf jaar geleden niet verwacht had, worden wij alsmaar meer gedomineerd door internationale criteria. Vorig jaar hebben we 6000 arbeidsplaatsen in de Belgische bouw verloren maar zijn er meer dan 30000 bijgekomen uit een Europese context. Die komen hier natuurlijk niet werken in een Belgisch statuut. Onze arbeidsmarkt wordt dus meer Europees. In die zin kan ook de VKS, die eveneens kadert binnen een Europees verhaal, ondersteuning bieden, mocht men op termijn bepalingen bij offertes koppelen aan de kwalificatiestructuur. Dat is nog ver weg, maar het biedt wel een framewerk waar we op terug kunnen vallen en waar binnen Europa tenminste een consensus over is.

Wat is voor jullie het potentieel van de Vlaamse kwalificatiestructuur?

GR: De VKS kan een hefboom zijn naar de modernisering van het onderwijs, naar duaal leren en de internationale context. Als de VKS volledig is uitgerold, zal het gemakkelijker zijn om opleidingen en diploma’s tegen elkaar af te wegen. Daarnaast zorgt de VKS er ook voor dat er structuur binnen de arbeidsmarkt wordt aangebracht.

Wat verwachten jullie in de toekomst van de Vlaamse Kwalificatiestructuur?

GR: Ik ben ervan overtuigd dat we op korte termijn een aantal succesverhalen zullen kunnen realiseren. We staan aan de vooravond van de modernisering van het secundair onderwijs. Het werk dat we nu gedaan hebben, zal geconsolideerd worden. Alle investeringen zullen snel lonen. Op dat ogenblik wordt het ook veel gemakkelijker om duidelijk te maken waarom we die inspanningen gedaan hebben.

Op één vlak ben ik momenteel nog een beetje sceptisch en dat is de concrete omzetting van het werk dat we verricht hebben door onderwijs. Ik vind het heel goed dat een beroepskwalificatiedossier opgemaakt wordt door een beroepssector zonder inmenging van onderwijs. Dat we de beroepskwalificaties hebben kunnen bepalen vanuit onze behoeftes en niet vanuit een behoefte ingegeven door een bepaalde structuur, waar onderwijs vaak mee geconfronteerd wordt. Nu is het echt afwachten hoe onderwijs de beroepskwalificaties zal omzetten. Wij staan open om onderwijs te ondersteunen bij het verder uitwerken van hun opleidingsstructuur en hun opleidingsprogramma’s. Onze technische cel heeft handboeken ontwikkeld en we zijn vorig jaar gestart met een digitaal platform ‘building your learning’. Scholen kunnen daar dus onmiddellijk mee aan de slag. fvb-ffc Constructiv reikt onderwijs dus de hand om dat samen te realiseren.

Is er nog iets dat jullie willen meegeven?

GR: Als federale instelling zijn we vooral bezorgd over de twee snelheden: Vlaanderen gaat mooi vooruit, maar tegelijkertijd merken we dat het Waalse SFQM soms vertrekt vanuit een andere insteek. Niet enkel Vlaanderen en Wallonië moeten op elkaar afstemmen, maar ook de rest van Europa. Ik weet dat er sommige projecten zijn zoals bijvoorbeeld in de houtsector waar enkele landen een aantal profielen op elkaar hebben afgestemd. Het is heel mooi dat zoiets kan.

In het kader van een Canadees-Belgische uitwisseling over EVC ontvingen we Geneviève Daigle, Chargée de projects en reconnaissance des acquis et des compétences in Québec. Nathalie Druine van het Departement Onderwijs en Vorming zorgde voor een uitgebalanceerd programma, waaraan ook wij vanuit AKOV deelnamen. Op maandag kreeg onze Canadese gast een introductie in het Belgische onderwijssysteem, de Vlaamse kwalificatiestructuur en EVC. “Complexe materie maar wel boeiend, vooral het HBO5- niveau dat in Québec niet bestaat”, gaf ze aan.

Op dinsdag gaf Koen Nomden, Team leader ‘Transparency and Recognition of Skills and Qualifications’, van de Europese commissie, Employment, Social affairs and Inclusion, een stand van zaken over EVC in Europa. In de namiddag brachten we een bezoek aan het VSPW Gent voor een uiteenzetting over het ZOCO-project. Het unieke aan dit ESF-project voor zorgkundigen en logistiek assistenten is het testen in authentieke settings. In de deelnemende centra zijn al minimum 50 personen getest. Een succesverhaal!

Woensdag bezochten we VDAB voor een toelichting over de ervaringsbewijzen en een bezoek aan het competentiecentrum in Haasrode. Daar zagen we hoe EVC wordt geïntegreerd in de opleidingen tot residentieel elektrotechnisch installateur en grafisch ontwerper.

Op donderdag stond er een ontvangst op het programma in het Centre de validation de compétences in Dinant samen met vertegenwoordigers van de Duitstalige en Franstalige gemeenschap en het kabinet van minister Milquet. Eerst werd ’la validation des compétences’ en de ‘Titres de compétences’ toegelicht. Daarna volgden we live een praktijkproef voor het beroep van ‘opérateur de production sur ligne industrielle’.

Vrijdag waren we op bezoek bij de examencommissie secundair onderwijs en hielden we een afsluitende bespreking.

Uiteraard wilden we graag van Geneviève Daigle weten wat haar bevindingen waren maar ook welke verschillen er zijn met EVC in Vlaanderen. Een opvallend verschil voor haar is dat de Canadese overheid meer beslissingsrecht blijkt te hebben. Zo werkt het Ministère de l’éducation, du loisir et du sport (MELS) van Québec zelf standaarden en evaluatiedocumenten uit voor assessoren. Verder detacheren ze eigen personeelsleden om hun expertise in te zetten in hun Centres d'expertise en reconnaissance des acquis et des compétences (= CERAC).

Het lijdt geen twijfel dat deze uitwisseling goede kansen biedt voor een blijvende samenwerking.